Reportage

 

 

Dragage

Misschien zag je ze wel al bezig, de karakteristieke baggerschepen op het kanaal. Door het slib van de bodem te verwijderen houden ze niet alleen de vaargeul bevaarbaar, maar gaan ze ook verontreiniging tegen. Bovendien kunnen ze het waterdebiet verhogen en helpen ze zo overstromingen te voorkomen.

Door erosie en neerslag voert het kanaal voortdurend een deel organisch materiaal mee: plantenresten, takken en dode bladeren, maar ook klei en zand. Dat is om te beginnen afkomstig van het kanaal zelf, maar komt ook via de overlopen van de rioolverbindingen, de Zenne en de andere uitmondende beken in het water terecht.

Al die resten bezinken traag maar gestaag tot op de bodem, waar ze een sliblaag vormen. Het gaat niet alleen om natuurlijk sediment, maar ook om vervuilende stoffen afkomstig uit de industrie, zoals zware metalen, olie, schrootresten en zelfs chemische producten (waaronder ook de beruchte PFOS- en PFAS-verbindingen).

Die kunnen daar uiteraard niet blijven en moeten verwijderd worden. Dat is wat baggeren betekent en het gebeurt volgens een welbepaalde strategie en planning. “We weten op basis van historische gegevens hoeveel, waar en wanneer er gebaggerd moet worden”, aldus haveningenieur Johan Opsomer die vanuit zijn functie verantwoordelijk is voor de baggerwerken rond de Haven van Brussel en in het kanaal. “Bovendien doen we geregeld monsternames en laten we die analyseren om te weten hoe het met de bodem gesteld is.”

Jaarlijks moet er gemiddeld 25.000 kubieke meter gebaggerd worden. Het aldus verwijderde slib wordt afgevoerd naar behandelingscentra naast het kanaal, uit het schip geladen en gedeponeerd in zogenaamde laguneringsvelden. Dat zijn terreinen die specifiek bedoeld zijn om het slib op natuurlijke wijze uit te drogen: door de zon verdampt het water. Meestal krijgt de baggerspecie nog een extra behandeling om de fysische en biologische kwaliteit te verbeteren. Dan wordt hij weggevoerd voor hergebruik, vaak naar Nederland, voor dijkversteviging of voor de ophoging van terrein.

“Als we niet zouden baggeren, zou het kanaal op den duur kunnen dichtslibben”, legt Johan Opsomer uit. “Dat zou meerdere behoorlijk rampzalige gevolgen hebben: de boten zouden niet meer kunnen keren, de vaargeul zou smaller en smaller worden. Het water zou almaar ondieper worden en het kanaal zou vervuild raken. Je kunt dus gerust zeggen dat baggeren een essentieel onderdeel van de havenactiviteit is.”

Wist je dat?

  • Zowel buurland Nederland als België staan bekend om hun vele efficiënte baggerbedrijven die dit werk in al zijn vormen op vele plaatsen over de wereld uitvoeren. In Nederland heb je zelfs een heus baggermuseum, ondergebracht in een prachtig historisch pand aan de Molendijk in Sliedrecht.
  • In de Haven van Brussel worden de baggerwerken gefinancierd door het Brussels Gewest. Ze worden uitgevoerd volgens een programma dat over 20 jaar gespreid is en continu door de Haven wordt bijgewerkt.
  • In het Nederlands staat bagger ook synoniem voor een waardeloos iets dat je liever niet over je heen krijgt. Maar bij het baggeren worden ook bepaalde grondstoffen gewonnen, zoals zand voor bouwmaterialen. Op die manier draagt baggeren dus ook bij tot de circulaire economie. Niet zo waardeloos, al bij al

 

Gepubliceerd op 09/11/22